VITABERNA

 

 


Pastoraal atelier

Levoland 

Relimarkt

Bronnenmagazijn

 
“DAAROM DRAGEN WIJ STENEN RINGEN”
 
De rituelen rond de huwelijkssluiting hebben de afgelopen decennia nogal wat 
ontwikkelingen doorgemaakt en zijn in veel opzichten veranderd. Dat geldt voor zowel 
het burgerlijk als het kerkelijk ritueel. Tijs Michels schreef er een proefschrift dat hij 
begin juli aan de Universiteit van Tilburg verdedigde.
Voor zijn onderzoek naar de veranderingen in de rituelen rond de huwelijkssluiting 
heeft Michels eerst nauwkeurig naar een tiental rituelen gekeken. Vervolgens ging hij 
met vijf echtparen in gesprek en stelde hij een vragenlijst op die hij voorlegde aan twee 
groepen echtparen: één die eind jaren ’90 trouwde en één die begin jaren ’60 in het 
huwelijk trad. Michels bracht een groot aantal veranderingen aan het licht.
Kerkelijk huwelijksritueel
Een eerste verandering betreft de trouwdag als ‘rite de passage’(overgangsrite). Hoewel 
de meeste paren de huwelijkssluiting als een ‘passage’ beschouwen, verloopt deze nu 
veeleer stapsgewijs en is op de trouwdag eerder een beleefde dan een feitelijke 
overgang.
Ook in de beleving van de kerkelijke huwelijkssluiting is veel veranderd. Van de 
echtparen die in de jaren ’60 trouwden, gaf 92% aan ‘voor de kerk’ getrouwd te zijn; 
van de echtparen die in eind jaren ’90 trouwden, koos slechts 41% voor een kerkelijke 
huwelijkssluiting. 
De vormgeving en beleving van het kerkelijk ritueel is verschoven. Sfeervolheid en 
intimiteit bij de keuze van de ruimte is voor jongere echtparen het voornaamste motief, 
maar speelt amper bij de ouderen. De ‘thuiskerk’ van de bruid – voor oudere echtparen 
het overheersend motief – speelt bij de jongere echtparen nauwelijks meer een rol; 
hoewel zij een ‘stemmig decor’ wel heel belangrijk vinden.
Burgerlijke huwelijkssluiting
De burgerlijke huwelijkssluiting schuift voor velen op van een voorwaarde om kerkelijk 
te kunnen trouwen naar het moment dat de huwelijkssluiting draagt. De helft van de 
oudere echtparen rekent de burgerlijke huwelijkssluiting tot hoogtepunt van de dag, 
terwijl dit van de jongere echtparen 69% vindt. Jongeren beleven het burgerlijk ritueel 
meer als ‘plechtig’ en minder als ‘zakelijk’. Dit strookt met het idee dat de burgerlijke 
huwelijkssluiting ‘semi-religieuze’ trekjes krijgt en de laatste jaren meer varianten kent.
Ook de voorbereidingen op de huwelijkssluiting zijn anders van karakter geworden. 
Deze is momenteel beduidend intensiever dan 30 jaar geleden. Voorgesprekken met de 
ambtenaar (en ook met de pastor) vinden veel vaker plaats dan toen en worden 
momenteel veel hoger gewaardeerd.
Stenen ringen
De titel “Daarom hebben wij stenen ringen” ontleende Michels aan een van de 
gesprekken met echtparen. Het “daarom” duidt erop, hoe moeilijk het tegenwoordig 
blijkt om je onbevangen aan een ritueel over te geven: alles moet onderbouwd en 
beargumenteerd worden. Het “wij” illustreert de behoefte om zich te onderscheiden: 
“men” heeft gouden ringen, maar “wij” zijn origineel en hebben stenen ringen. 
“Stenen ringen” onderstrepen hoe diep symbolen zich in het bewustzijn verankeren. 
Want ze mogen dan wel van steen zijn, het blijven ringen. 
De gouden ringen die huwelijkspartners tijdens hun huwelijkssluiting uitwisselen, zijn 
uiteraard nog niet verdwenen en zullen hun symbolische functie zeker nog voor lange 
tijd behouden. Maar goud is een zacht edelmetaal en er kunnen gemakkelijk krasjes op 
komen. Kleine butsen die nu eenmaal bij het leven horen en waaraan je als partners van 
elkaar kunt groeien. Stenen ringen lijken misschien wel steviger, maar ook steen kan 
breken…
Vragen
Het promotie-onderzoek van Michels roept verschillende vragen op; niet alleen voor 
theologen, maar ook voor ons als parochiegemeenschap. Hoe flexibel en pluriform 
kunnen we zijn in het “aanbieden” van rituelen, zonder ons op te stellen als een 
supermarkt waarin ieder zijn favoriete merk of product naar eigen wens kan kiezen? In 
hoeverre hebben wij aan toekomstige echtparen die niet kiezen voor een kerkelijke 
huwelijkssluiting, maar hun relatie wél onder de hoede van een parochiegemeenschap 
als de onze willen stellen, een antwoord te bieden in de vorm van een ‘alternatief’ 
huwelijksritueel? Zouden wij hen onze handen boven hun hoofden willen houden om 
hen iets te laten vermoeden van Gods nabijheid en zegen, ook al is hun binding met kerk 
en parochie misschien niet zo uitbundig? En – tegen de achtergrond van het nog steeds 
toenemend aantal echtsscheidingen – wat te zeggen van de onontbindbaarheid van het 
huwelijk en de (on)mogelijkheid van hertrouwen “voor de kerk”? Allemaal vragen 
waarop het antwoord niet zo gemakkelijk te geven is, maar die wel tot nadenken 
stemmen.
Jan Simons

Terug naar overzicht