VITABERNA

 

 


Pastoraal atelier

Levoland 

Relimarkt

Bronnenmagazijn

 
MET KRUIS EN PLOEG
Een bijzondere ontmoeting op een onverwachte plek
“Geef me voor de zekerheid toch maar even je telefoonnummer, want je weet het maar nooit”,  
grapte rector Merkx (81) toen hij begin oktober in zijn agenda de afspraak noteerde voor een 
interview. Twee weken later ontmoetten we elkaar: niet in zijn monumentale langgevelboerderij 
in Udenhout, maar gelegen op een verpleegbed in het Tilburgse Tweestedenziekenhuis, waar hij 
daags tevoren was opgenomen vanwege een herseninfarct, het derde inmiddels. “Maar ik wissel 
het wel af: vorige keer was het rechts, nu is het aan de linkerkant”, glimlacht hij bij 
binnenkomst.
De vragen waarover we het zouden hebben, liggen samen met zijn agenda op zijn nachtkastje. 
“En ik heb ze gelezen, hoor”, laat hij meteen weten. Hij heeft er best zin in, in een interview 
voor Caecilia.com: “Jullie hebben natuurlijk een beetje haast met de kopijdatum, nietwaar? We 
zullen het helaas zonder koffie moeten doen, want drinken mag ik nog niet.”
Vroeg op de maandagavond dat hij naar het ziekenhuis werd gebracht, had hij in Berkel de 
eucharistieviering gedaan, “en daarna moest ik nog bij een vergadering zijn.” Ook de rest van de 
week ziet er aardig gevuld uit: donderdags inzegening van een beeldje in Biest-Houtakker 
(“Jammer, maar dat zal helaas wel niet door kunnen gaan”) en koersmiddag met zijn 
priestercollega’s, gewijd in 1951: “Van de 32 zijn we nog met z’n achten over.” Net zoals zijn 
bridge-partners zullen ze hem ongetwijfeld hebben gemist.
Rector Merkx begon zijn pastorale loopbaan als kapelaan in de parochie van ‘t Heike in Tilburg. 
“We waren daar met drie kapelaans én de pastoor, de latere bisschop Bekkers. Toen ze in 
Udenhout een pastor voor Huize Vincentius nodig hadden, ben ik daar naar toe verhuisd.”
‘Cruce et aratro’ – Latijn voor ‘met kruis en ploeg’ – staat er op het kunstwerk naast de 
voordeur van zijn woning aan de Schoorstraat in Udenhout: de fiere lijfspreuk van de 
Boerenbond (NCB), waarvan hij ruim 34 jaar geestelijke adviseur was. En ook al geniet hij een 
groot aantal jaren van zijn pensioen, hij kent er nog veel mensen en heeft er nog geregeld 
contacten. 
In al die jaren van zijn pastoraat, ruim 55 jaar, heeft hij veel veranderingen meegemaakt. En 
natuurlijk is het hem niet ontgaan, dat het kerkgaand volk Gods met het jaar grijzer is geworden 
en dat de jonge generatie maar mondjesmaat is vertegenwoordigd. “Wisten we maar hoe we ze 
er beter bij konden betrekken”, zegt hij met enige schroom, “want bij hen ligt toch de toekomst 
van de kerk, nietwaar?”
Heel even raken we de beide parochies en kerken van Berkel en Enschot aan. “Twee mooie 
kerkgebouwen, hè? Veel vrijwilligers en een jonge, energieke pastoor voor twee parochies. Dat 
is nog eens iets anders dan drie kapelaans en een pastoor voor één parochie, niet? Maar die luxe 
kunnen we ons helaas niet meer veroorloven.” Samenwerking in de toekomst? “Jazeker, maar 
dat zal heel geleidelijk moeten gebeuren.”
Het is al over achten en het bezoekuur – ‘maximaal twee personen per patiënt’ – is inmiddels 
verstreken. Rector Merkx is zienderogen toe aan rust. Want morgen wacht hem weer een drukke 
dag: de logopedist komt om zijn spraak weer in goede banen te leiden en de therapeut om hem 
de benen te laten strekken. 

Jan Simons

Terug naar overzicht