VITABERNA

 

 


Pastoraal atelier

Levoland 

Relimarkt

Bronnenmagazijn

 

ODE AAN DE LUCHT

Ik was uit wandelen gegaan
en wie kan ik tegen? De lucht.
Ik groette hem met ontzag en zei:
"Wat ben ik blij
dat u die doorzichtigheid nu eens
hebt uitgetrokken, nu kunnen we wat praten."

Hij bleef maar dansen,
woei door de bladeren heen,
blies met zijn glimlach
het stof van mijn zolen,
hief toen zijn hele blauwe tuigage,
zijn glazen skelet,
zijn briezen oogleden omhoog
en als een mast zo pal
hoorde hij mij aan.

Ik kuste zijn hemelsblauwe koningsmantel,
hulde me in zijn hemelzijden wappervlag
en zei:
"Koning of kameraad,
bloemkelk, vogel of dauwdraad,
ik weet niet wie u bent,
maar n ding vraag ik u:
verkoop u nooit.
Het water heeft zich verkocht
en in de woestijnen
zag ik pijpleidingen doodlopen,
en druppels ophouden,
en ik zag de armen, het volk,
rondwankelen in het zand,
omzwervend met enkel hun dorst.
Ik zag het nachtlicht gerantsoeneerd
in het huis van de rijken.
In de nieuwe hangende tuinen
is alles zonsopgang,
alles is zwart
in het ontstellende donker van de krotten.
Daar gaat enkel nacht op, stiefmoeder,
met tussen haar uilenogen een dolk
en een gil, een misdaad
staat op en dooft uit
door het donker verzwolgen.

Nee, lucht, verkoop u nooit,
laat ze u niet kanaliseren,
laat u niet kisten,
niet in tabletten persen,
laat u niet inflessen,
kijk uit!

Roep me
als u me nodig hebt,
ik ben de dichter, kind van armelui,
vader, oom, neef, bloedeigen broer
van de armen
van alle armen van mijn land
en alle vaderlanden,
van de armen die wonen aan de rivier
en van die die hoog wonen
op de loodrechte bergwanden
die steen kloppen,
planken spijkeren,
kleren naaien,
hout zagen,
aarde malen,
en daarom wil ik
dat ze vrij blijven ademen:
u bent al wat ze hebben,
daarom bent u doorzichtig,
dan kunnen ze zien wat morgen brengt,
daarom bestaat u, lucht
laat u dan inademen,
laat u niet vastleggen,
vertrouw die lieden niet
die in auto's komen aanrijden
om u te taxeren,
lt ze,
lach ze uit,
floep, hun hoed af,
ga niet in op hun voorstellen,
laten we samen door de wereld dansen,
dan gaan we de appelbloesems afwaaien,
dan waaien we de ramen binnen,
dan fluiten we samen,
dan fluiten we wijsjes
van gisteren en morgen,
en dan komt de dag
dat wij licht en water,
aarde en mens bevrijden,
dan zal het zijn: alles voor allen
zoals jij nu bent.

Daarom, voorzichtig nu, kom mee,
we moeten nog zoveel dansen en zingen
kom mee naar de bergen hoog,
naar de volle zee,
kom mee naar waar de nieuwe lente
te bloeien staat
en in een vlaag van wind en lied
delen we de bloemen uit,
de geur en de vruchten,
de lucht van morgen."

PABLO NERUDA

Terug naar overzicht