VITABERNA

 

 


Pastoraal atelier

Levoland 

Relimarkt

Bronnenmagazijn

 

SINT FRANCISCUS

Ruim 750 jaar geleden (1226) stierf hij, lichamelijk uitgeput, op 44-jarige leeftijd in het kleine Italiaanse stadje Portiuncula: Franciscus. Hij leefde in een tijd van oorlogen, bloedige kruistochten, maatschappelijke verschuivingen en kerkelijke spanningen.
Geboren in Assisi (1182) en gewend te baden in de luxe en weelde van een welgestelde familie, besloot hij na een ernstige ziekte een heel ander leven te gaan leiden. Een leven van soberheid en eenvoud, in dienst van de armen. Al spoedig sloten velen zich bij hem aan en na tien jaar is het aantal volgelingen opgelopen tot enkele duizenden. Franciscus trok door heel ItaliŽ en verkondigde aan iedereen de blijde boodschap van het evangelie.
In de loop der eeuwen zijn heel wat legenden en verhalen over Franciscus ontstaan. Zijn inzet voor de zwakkeren, zijn menselijkheid en nederigheid, zijn streven naar vrede, zijn dromen en engagement voor een betere wereld maakten hem tijdens zijn leven al bekend buiten ItaliŽ.
Franciscus voelde zich niet alleen aangetrokken tot mensen, maar tot de hele schepping. Ook planten en dieren hadden voor hem een geheel eigen waarde. Vandaar dat hij tegen het einde van zijn leven het beroemde Zonnelied schreef en dat hij tevens de geschiedenis is ingegaan als dierenvriend.

Het verhaal
Franciscus is een zoon van een hele rijke familie. Zijn vader en moeder hebben veel geld en wonen in een groot huis. De vader van Franciscus is koopman. Het geld dat hij verdient, gebruikt hij voor zichzelf. Al dat geld is voor lekker eten en drinken, voor dure kleren en feestvieren. Franciscus wordt door zijn vader en moeder heel erg verwend. Hij krijgt alles wat hij wil. Ook viert Franciscus vaak feest met zijn vrienden en vriendinnen.
Maar op een dag wordt Franciscus ineens heel erg ziek. De beste dokters komen aan zijn bed om hem beter te maken. Hij kan geen feesten meer geven. Zijn vrienden en vriendinnen komen hem niet meer opzoeken. Franciscus voelt zich dan ook heel alleen.

Na lange tijd mag Franciscus eindelijk weer uit bed. Hij kan nog maar moeilijk lopen. Vanuit het raam kijkt hij naar buiten, naar de mooie tuinen en de prachtige bloemen. Maar hij merkt dat hij niet meer om mooie dingen geeft. Hij heeft niet eens naar zijn mooie kleren gekeken. Als hij helemaal beter is, gaat hij weer de straat op. Er zijn veel arme mensen op straat, die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Franciscus heeft die mensen eigenlijk nog nooit gezien. Hij rende ze altijd voorbij. Maar dat kan hij nu niet meer. Hij geeft hen geld en soms ook eten.
De vrienden van Franciscus denken dat hij gek geworden is. Wie geeft die schooiers op straat nu geld? Franciscus trekt zich er niets van aan. Hij gaat naar de markt en verkoopt de spullen van zijn vader. En het geld dat hij heeft verdiend, geeft aan de arme mensen op straat. De vader van Franciscus is daar helemaal niet blij mee. Maar Franciscus vindt dat niet erg. Want wat heb je aan al dat geld? Dan wordt de vader van Franciscus nog bozer. Hij sluit zijn zoon op en neemt hem alles af. Nu is Franciscus niet rijk meer. Hij kan geen feesten meer vieren. Maar dat vindt hij niet erg.
Franciscus merkt dat hij weer graag naar de verhalen over Jezus luistert. Die heeft hij jaren lang niet willen horen. Op een dag hoort hij in een kerk dit verhaal: Jezus stuurt zijn vrienden naar de mensen om hen te helpen, te troosten en beter te maken. Hij zegt tegen hen: "Neem geen geld mee op reis, geen tas, geen eten of wandelstok. Trek ook geen schoenen aan. Neem maar ťťn kleed mee. Het voornaamste is dat jullie de mensen blij nieuws brengen." Franciscus vindt dat een mooi verhaal. Hij vindt dat hij ook mee moet doen. Hij geeft al zijn dure kleren weg, trekt een gewoon kleed aan en doet een touw om als riem. Dan gaat hij overal rond naar de mensen die hulp nodig hebben. Hij praat met hen. Hij verbindt hun wonden. Hij geeft hen te eten. Hij troost mensen die veel verdriet hebben. Omdat Franciscus zelf niet veel meer heeft, bedelt hij bij rijke mensen om geld en kleren. Daar kan hij anderen mee helpen. Na een tijdje vragen ook andere mannen en vrouwen aan Franciscus of zij met hem mee mogen doen. Zij willen ook het verhaal van Jezus rondvertellen en alles delen met mensen die niets hebben. Zo worden zij een grote groep mensen.

Achtergrondinformatie
Franciscus werd geboren in 1182 in Assisi, een stadje in Midden-ItaliŽ. Zijn vader, Pietro Bernadone, was een welgesteld lakenkoopman die regelmatig zakenreizen naar Frankrijk ondernam. Als kleine jongen leerde Franciscus lezen en schrijven bij de priesters van de St. Joriskerk in Assisi. Thuis werd hij gaandeweg vertrouwd gemaakt met de eerste beginselen van de handel, want hij was bestemd om zijn vader in de zaak op te volgen.
Franciscus ontwikkelde zich als een galante jongeman die van feestjes hield en royaal met geld omging. In 1202 trekt hij met stadsgenoten ten strijde tegen de stad Perugia. Dat avontuur loopt slecht voor hem af: hij belandt voor enkele maanden in de gevangenis. Weer terug in Assisi wordt hij ernstig ziek.
Eenmaal beter herneemt hij zijn oude levenswijze weer. Zoals zoveel jongens in die tijd, zou hij graag ridder willen zijn. Daarom gaat hij in 1205 mee op veldtocht naar ApuliŽ; maar hij komt niet verder dan Spoleto. Teleurgesteld keert hij terug naar huis en raakt in een crisis: niets interesseert hem meer en hij trekt zich steeds meer terug van zijn vroegere vrienden. In de eenzaamheid hoop Franciscus een oplossing te vinden. In deze tijd vindt de beslissende omkeer in zijn leven plaats. Franciscus besluit een heel ander leven te gaan leiden, maar weet eigenlijk niet goed hoe dat aan te pakken. Op zekere dag bezoekt hij het kerkje van San Damiano, even buiten de stadspoorten van Assisi. Staande voor het kruis hoort hij de woorden: "Franciscus, ga en herstel mijn huis." Franciscus neemt deze woorden letterlijk op en begint het kerkje eigenhandig te restaureren. Langzaam en al doende begrijpt hij: het gaat niet alleen om dit kerkje, maar heel de kerk moet hersteld worden.
Hij breekt radicaal met zijn vader, die zich schaamt voor Franciscus' gedrag, bang als hij is voor de reputatie van de familie. Het conflict wordt openlijk uitgevochten voor de bisschop van Assisi. Franciscus doet publiekelijk afstand van alles, waardoor alle banden met vroeger doorgesneden zijn.
Als hij in 1209 27 jaar oud is geworden, hoort hij het evangelieverhaal over de uitzending van de apostelen. Dat is voor hem het antwoord; daarop trekt hij rond, arm en eenvoudig. Hij sticht vrede en spoort de mensen aan tot een leven van eenvoud en liefde. Zijn levenswijze slaat aan en al spoedig weet hij volgelingen om zich heen te verzamelen. Voor hen schrijft Franciscus zijn eerste regel. Hij besluit naar de paus te gaan om goedkeuring voor zijn levenswijze te vragen. Hoewel de paus twijfelt aan de haalbaarheid ervan, stemt hij uiteindelijk toe.
Steeds meer mensen voelen zich tot de nieuwe beweging rond Franciscus aangetrokken; ook vrouwen voelen zich door hem aangesproken. Als eerste meldt zich in 1212 Clara Favarone, een adellijk meisje uit Assisi. Veel andere mensen laten zich door Franciscus inspireren en kiezen voor een eenvoudig en sober leven.
Rondtrekkend door ItaliŽ had Franciscus grote eerbied voor de natuur. Veel legenden spreken daarover. Zo wordt verteld dat hij eens in de buurt van Bavagna voor een menigte vogels preekte. Andere verhalen vertellen hoe hij grote eerbied had voor vuur en water, bomen en planten.
In 1224 verblijft Franciscus wekenlang alleen op de berg Alverna, niet ver van Florence. Zijn gezondheidstoestand liet veel te wensen over. Hij leed aan een ernstige oogkwaal en was lichamelijk uitgeput. Bovendien was hij teleurgesteld over de ontwikkelingen in zijn eigen broederschap: deze week steeds meer af van de eenvoudige levenswijze die hij wilde verwerkelijken. Hij kwam in een diepe crisis, die enkele maanden duurde. Het is in deze tijd dat Franciscus de wondetekenen van Christus in handen en voeten ontvangt. Kort daarop dicht hij het beroemde Zonnelied: een lofzang op alles wat geschapen is.
Franciscus sterft in 1226, op 44-jarige leeftijd. Twee jaar verklaart paus Gregorius IX hem heilig.

Terug naar overzicht