VITABERNA

 

 


Pastoraal atelier

Levoland 

Relimarkt

Bronnenmagazijn

 

VASTEN

Vasten is het doelbewust bewust afzien van voedsel of andere geneugten. Het is n van de belangrijkste vormen van boetvaardigheid in de katholieke Kerk. De christen kan zijn boetvaardigheid op verschillende manieren uiten. De Schrift en de kerkvaders leggen vooral op drie vormen de nadruk: het gebed, de aalmoes en het vasten.

Versterving
Vasten is een zogeheten 'oefening in versterving '. Bij versterving gaat het om beheersing van de lichamelijke driften. Het is de bedoeling niet of nauwelijks te eten en te drinken, geen geslachtsgemeenschap te hebben, en in het algemeen afstand te nemen van alle verslavingen en hartstochten die de weg tot God kunnen versperren. Vasten is in de kern een verstervingsoefening waarbij op een dag maar n enkele maaltijd wordt gebruikt. Meestal wordt die ene maaltijd bovendien zo laat mogelijk op de dag genoten. Door het eten tot een minimum te beperken maakt de mens zijn geest vrij, en kan hij het woord van God weer zuiver vernemen.

Oude Testament: Grote Verzoendag
Het vasten was al bij de joden bekend. In het Oude Testament wordt n algemeen voorgeschreven vasten- en boetedag genoemd: de Grote Verzoendag, Jom Kippoer (Leviticus 23, 27). Jom Kippoer wordt tot op de dag van vandaag in het Jodendom gevierd. Misjna, een verzameling joodse godsdienstige wetten die in de 3e eeuw bijeen zijn gebracht, schrijft voor: "Op Grote Verzoendag is het verboden te eten en te drinken, zich te wassen en zich te zalven, schoenen aan te trekken en echtelijke gemeenschap te hebben". (Misjna VIII,1).

Val van de Tempel
Behalve de Grote Verzoendag worden in het Oude Testament enkele dagen genoemd waarop gevast wordt ter herinnering aan belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van het Joodse volk. Deze vastendagen worden door veel Joden nog altijd in acht genomen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de val van de Tempel en het begin van de Babylonische ballingschap.

Nieuwe Testament: Jezus in de Woestijn
In het Nieuwe Testament brengt Jezus ter voorbereiding op zijn openbare leven 40 dagen en nachten door in de woestijn om er te vasten (Mattes 4,1-2). Al vastend stelt hij zich helemaal open voor de kracht van God en de boodschap van Gods liefde.
In de tijd van Jezus was het onder veel vrome joden gebruik om een teken van soberheid te zetten door op maandag en donderdag te vasten. Tijdens zijn leven verplicht Jezus zijn leerlingen hier niet toe.

Vroege christenen
In de Handelingen en de Brieven zien we dat de eerste christenen in navolging van Jezus vasten en bidden steeds samen laten gaan. Vasten en bidden gaan dikwijls vooraf aan belangrijke stappen. De vroege christelijke Kerk nam de joodse praktijk om tweemaal per week een dag te vasten over, maar plaatste de vastendagen op woensdag en vrijdag, in plaats van op maandag en donderdag. De woensdag herinnerde namelijk aan het verraad door Judas, de vrijdag aan het lijden en de dood van Jezus. Sommige streken kenden een derde wekelijkse vastendag: de maandag of, als voorbereiding op de zondag, de zaterdag. Op deze vastendagen at men op zijn vroegst pas om drie uur 's middags.

Paasvasten
Vasten als voorbereiding op Pasen werd vroeg in de tweede eeuw gangbaar. Aanvankelijk vastten christenen de drie dagen vr Pasen, later werd dat uitgebreid naar de hele Goede Week. Pas op het einde van de derde eeuw kwamen de veertig dagen voor Pasen in zwang als een doorlopende tijd van vasten en boete. Gedurende de drie laatste dagen van de Veertigdagentijd onthield men zich volledig van voedsel.

Asceten en heremieten
Christenen zoeken en vinden steeds nieuwe manieren om de blijde boodschap te beleven en verkondigen. In de loop van de derde en vierde eeuw kwam hierdoor een nieuwe levenswijze tot ontwikkeling: strenggelovige mannen trokken in navolging van Jezus de woestijn in. Ze kozen een hard leven van eenzaamheid, armoede, en seksuele onthouding, om zich, in gebed, geheel aan God te kunnen wijden. Deze mannen werden afwisselend asceten of heremieten genoemd.

Quatertemperdagen

Voor gewone gelovigen werden ongeveer in dezelfde tijd dat de eerste asceten de woestijn in trokken, de Quatertemperdagen van belang. Deze vastendagen verspreidden zich vanaf de vierde eeuw snel vanuit Rome. Quatertemper betekent letterlijk 'vier tijden' of 'vier seizoenen'. Quatertemperdagen zijn dan ook boete- en vastendagen ter heiliging van de vier seizoenen. Ze zijn waarschijnlijk in de plaats gesteld van heidense feesten ter verering van de vruchten van het veld. Per seizoenswisseling namen gelovigen drie boete- en vastendagen in acht. Steeds betrof het een woensdag, vrijdag en zaterdag. Quatertemperdagen werden gehouden in de week na de eerste zondag van de vasten, bij het aanbreken van de lente; in de pinksterweek, als de zomer begon; in de derde volle week van september ter markering van de aanvang van de herfst, en in de week na de derde zondag van de advent, bij het begin van de winter. Na het Tweede Vaticaans Concilie zijn de quatertemperdagen in ons land in onbruik geraakt.  

Ontvangen van sacramenten
Naast de vastendagen die bepaald werden door de kalender, vonden in de zestiende eeuw ook vastenpraktijken ingang, die gebonden waren aan het ontvangen van een van de zeven sacramenten. Zo werd het gebruik, te vasten ter voorbereiding op het doopsel en het vormsel. . Ook werd vasten aangeraden om de verzoening met God in de Biecht te vergemakkelijken. Belangrijk werd bovenal de praktijk om enige uren vr het ontvangen van de hostie in de mis an eten en drinken af te zien; de gedachte was, dat de Godsontmoeting in de eucharistie zo inniger ervaren kon worden. Het gebruik om de hostie op nuchtere maag te ontvangen, maakte nog niet zo lang geleden een grote indruk in het leven van alle praktiserende katholieken. Na Vaticanum II is het aan sacramenten gebonden vasten in onbruik geraakt, zeker in Nederland.  

De reformatie
In de zestiende eeuw klonk tijdens de Reformatie fel protest tegen de vaak louter uiterlijke vormen van vroomheid en inkeer bij het vasten. Er waren zelfs gereformeerden die demonstratief varkensworst gingen eten in de veertigdagentijd. Uiteindelijk schaften de reformatoren het verplichte vasten af. Het werd afgedaan als een al te menselijke poging God te benvloeden en Zijn Genade als het ware te 'kopen'.  

'Vrijdag Visdag'
De katholieke Kerk heeft tot ver in de twintigste eeuw vastgehouden aan uitgebreide vastenpraktijken, gefixeerd in gedetailleerde voorschriften. Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen het echte vasten, waarbij in beginsel slechts een maaltijd per dag werd gebruikt, en de zogeheten 'onthouding'. Onder meer alle vrijdagen waren 'dagen van volledige onthouding', waarop de gelovige werd geacht geen vlees van de dieren van het land te eten. Als vlees verboden was, en er toch gewoon gewerkt moest worden, hoe dan op krachten te blijven? Het antwoord was eenvoudig: door vis te eten. Vandaar dat Vrijdag voor katholieken lange tijd een Visdag was.

Vrijdagsonthouding nu
Volgens het meest recente kerkelijk wetboek is de vrijdag nog altijd een dag waarop katholieken zich moeten onthouden van het eten van vlees of van een andere voedselsoort, conform de voorschriften van de bisschoppenconferentie van hun land (CIC, can. 1251). De Nederlandse bisschoppenconferentie schreef in 1989 voor, dat de gelovige aan de plicht tot onthouding op vrijdag kan voldoen door zich in eten en drinken, in roken of in andere genoegens duidelijk te beperken. Vlees hoeft de gelovige dus niet meer per se te laten staan. Het zal daarom nog slechts een kwestie van tijd zijn, eer in de kantines van veel van oorsprong katholieke zieken- en bejaardentehuizen de nog altijd verplicht geachte vis van het vrijdagsmenu verdwijnt...  

Vaticanum II
In het spoor van Vaticanum II (1962-1965) kwam in korte tijd een einde aan de vele vastendagen in de Kerk. Ofschoon het enige tijd duurde voordat alle oude gebruiken verdwenen waren, was het in Nederland toch binnen twee generaties bijna overal gedaan met de Quatertemperdagen en de uitgebreide vasten van de veertigdagentijd. De enige algemeen verplichte vastendag waaraan het Concilie nadrukkelijk refereert - de Goede Vrijdag - werd uiteraard wel gehandhaafd. Het Concilie drukt de gelovigen immers op het hart: "Allen moet [...] de paasvasten heilig zijn die op de vrijdag van het lijden van de Heer overal onderhouden, en, voor zover mogelijk, ook op de paaszaterdag voortgezet moet worden; zo moge men opgewekt en open van hart komen tot de vreugden van de verrijzenis van de Heer" (Constitutie over de Heilige Liturgie, V, 110).  

Kerkelijk recht
De meest recente editie van het kerkelijk wetboek uit 1983 schrijft wat vasten en onthouding betreft, in canon 1251 het volgende voor: " Onthouding van het eten van vlees of van een ander voedsel volgens de voorschriften van de bisschoppenconferentie, dient onderhouden te worden op elke vrijdag van het jaar, tenzij deze met een dag vermeld onder de feestdagen samenvalt; onthouding echter samen met vasten op Aswoensdag en op de Vrijdag van het Lijden en van de Dood van Onze Heer Jezus Christus." Canon 1253 voegt daaraan toe, dat de Bisschoppenconferentie van ieder land het onderhouden van vasten en onthouding nader mag bepalen, en ook andere vormen van boete geheel of gedeeltelijk in de plaats van vasten en onthouding kan stellen.

Voorschrift van de Nederlandse bisschoppenconferentie
De Nederlandse bisschoppenconferentie heeft in 1989 in aanvulling op de canones 1251 en 1253 van het kerkelijk wetboek het volgende voorgeschreven. "Wij bepalen dat Aswoensdag en Goede vrijdag dagen van verplichte vasten en onthouding in spijs en drank zijn en dat verder het bepalen van de wijze van de beoefening van boete en onthouding aan het eigen geweten en initiatief van de gelovigen wordt overgelaten. Aan de plicht tot vasten in de Veertigdagentijd en tot onthouding op de vrijdagen kan worden voldaan, door zich in eten en drinken, in roken of in andere genoegens duidelijk te beperken. Het geld, dat hiermee wordt uitgespaard, kan bestemd worden voor de naasten die hoger lijden. Het is voorts passend, dat men zich in de Veertigdagentijd meer dan anders wijdt aan werken van christelijke naastenliefde en met meer toeleg het Woord van God leest."

'Modern vasten'
Doordat de Nederlandse bisschoppenconferentie de invulling van de vastenplicht in de veertigdagentijd aan de gelovigen overlaat - zolang ze zich maar duidelijk in bepaalde genoegens beperken - is er in de afgelopen jaren een uitgebreide praktijk van 'alternatief vasten' gegroeid. Gelovigen laten bijvoorbeeld de TV veertig dagen uit, beloven niet meer de hele avond te internetten, of zweren voor veertig dagen het snacken af. Ofschoon er in veel gevallen van vasten in de traditionele zin geen sprake meer is, wordt in de kerkelijke media in dit verband graag van 'moderne manieren van vasten' gesproken. Onder meer de kerkelijke omroep RKK besteedt met enige regelmaat op televisie, radio en internet aandacht aan het moderne vasten.

 (Bron: www.rkk.nl)

Terug naar overzicht