Velen – en als ik goed kijk: de meesten onder u – zullen zich
ongetwijfeld nog wel de oefeningen of akten van geloof, hoop en liefde uit
de oude katechismus herinneren. Ze stonden – en ik heb het op moeten
zoeken! – tussen de vijf geboden van de Kerk en de oefening van berouw
in. Ze eindigden met de woorden:
- Heer, vermeerder mijn geloof
- Heer, versterk mijn hoop
- Heer, geef mij steeds meer liefde
Waarschijnlijk hebben ook velen van u ze ontelbare keren van buiten
geleerd en opgezegd op school. Ook al had je daar als kind lang niet
altijd zin in. Geloven was in die tijd vooral een kwestie van het kennen
van de leer, opgevat als een samenhangend geheel van waarheden die de Kerk
je voorhield. Daarmee wist je precies waar je aan toe was en het was
allemaal zo klaar als een klontje. Bovendien kwam je er niet onderuit bij
de voorbereiding op het vormsel of bij de plechtige hernieuwing van je
doopbeloften. En voorzover je een en ander op latere leeftijd vergeten
mocht zijn: bij de voorbereiding op het huwelijk stuurde de pastoor je wel
op herhalingsoefening.
Misschien dat een aantal van u op sommige momenten met wat weemoed
terugdenken aan die tijd. Ouders hoor je wel eens zeggen dat ze bij de
geloofsopvoeding van hun kinderen de steun van de traditie missen. Ze
voelen zichzelf onthand en weten het zelf ook allemaal niet meer. Vraag
kinderen wat Hemelvaart of Pinksteren voor hen betekent: tien tegen een
dat ze je het antwoord schuldig moeten blijven. En vaak is niet alleen het
antwoord het probleem, maar zelfs de vraag al. Zoals jaren geleden in
Amsterdam eens ergens met een viltstift op de muur geschreven stond:
"Jezus is het antwoord". Waaronder iemand had geschreven:
"Wat is de vraag?"
Als opa en oma heb je misschien ook wel eens moeite met de manier
waarop je eigen kinderen hún kinderen godsdienstig opvoeden. En ook
leerkrachten op basisscholen voelen zich niet zelden onthand, omdat ze
vaak op geen enkele manier aanknopingspunten meer kunnen vinden... Wie
goed heeft geluisterd naar de lezingen van zojuist, zal het misschien zijn
opgevallen dat er sinds de tijd van Lucas – de schrijver van de
Handelingen – en Johannes eigenlijk niet zoveel veranderd is.
Om met Johannes te beginnen. De taal van Johannes vind ik niet
gemakkelijk. Hij schrijft in beelden. Beelden die ons niet allemaal even
vertrouwd meer zijn. Beelden die niet zo vanzelfsprekend meer zijn. Als
het om geloven gaat, dat gaat het om liefhebben en de geboden onderhouden,
zegt Johannes. En ook: stug volhouden, de ander serieus nemen, solidair
met hem of haar zijn. De geboden onderhouden heeft, denk ik, dan ook niet
zozeer te maken met het voldoen aan allerlei morele voorschriften, maar
betekent zoiets van: de weg van Jezus willen gaan, daadwerkelijk in je
leven willen doen wat Jezus deed. Da kun je hopen op een nieuwe toekomst,
dan wordt er een belofte in het vooruitzicht gesteld: een helper, de Geest
van waarheid. Of anders gezegd: iets of iemand die je kracht geeft om je
staande te houden in de werkelijkheid van vandaag, met beide benen op de
grond.
Geloof, hoop en liefde: de evangelist Johannes verbindt deze woorden
met een paar zinnen aan elkaar en noemt ze als het ware in één adem.
Maar het kost ons een heel leven lang om die verbinding voor onszelf
helder te krijgen. Want geloven in deze tijd is er een stuk moeilijker op
geworden. Het is in ieder geval niet meer het klakkeloos aanvaarden of van
buiten leren van een aantal vastliggende waarheden en leerstellingen.
Geloven vraagt van ons ieder persoonlijk meer eigen verantwoordelijkheid
en keuzes.
De eerste lezing, uit de Handelingen, vertelde iets over het leven van
de eerste christenen en over hun situatie tijdens de vervolgingen in
Jeruzalem. Wat mij in de lezing uit Handelingen opvalt, is: geloven heeft
te maken met horen, zien en vreugde beleven. Zo hoorden we dat Filippus
het evangelie, het goede nieuws, verkondigt in Samaria. "Vijandig
gebied", want Joden en Samaritanen gingen niet met elkaar om. De
preken van Filippus hadden kennelijk veel succes, want ze oogstten
algemene instemming, toen de mensen hoorden wat hij zei en toen ze de
tekenen zagen die hij verrichtte. Daarover, zo hoorden we, ontstond dan
ook grote vreugde in de stad.
Geloven heeft dus te maken met het goede nieuws horen, de Geest
krijgen, zien wat dat in mensen teweeg kan brengen en daarover enthousiast
raken.
Het is duidelijk, dat in tijden van vervolging je geloof niet zomaar
iets vanzelfsprekends is. Je wordt als het ware gedwongen tot een
persoonlijke en bewuste keuze, je moet er zelf achter willen staan. Ook
Johannes schreef zijn evangelie in de eerste eeuw van het christendom,
toen de geloofsoverdracht afhing van kleine groepjes christenen temidden
van een vijandige wereld. Johannes schreef bovendien voor mensen die Jezus
nooit met eigen ogen hadden gezien of eigenhandig hadden aangeraakt of
gesproken. Ook deze mensen stonden dus voor de vraag: wat geloof ik nou
eigenlijk, wie helpt me daarbij en hoe geef ik mijn geloof door aan
anderen?
Blijdschap, vreugde, een vuur ontsteken, enthousiasme: daar zou het in
het geloof om moeten gaan. Helaas laat de werkelijkheid nogal eens een
ander beeld zien.
- Een museum dat niet alleen de christelijke wortels bloot legt, maar
ook de joodse, oosterse en arabische wortels, wordt onder curatele
gesteld.
- Een kerkelijke begrafenis na euthanasie: de media melden ons niets dan
problemen.
- Bisschoppen die in Rome op het matje worden geroepen en priesters in hun
land tot de orde moeten roepen.
- En welke uitspraken van de kerk oogsten vandaag de dag nog algemene
instemming, zoals de woorden van Filippus? En welke maatregelen zijn
momenteel nog reden tot grote vreugde in de stad?
Toch zijn er ook veel tekenen van hoop en liefde. Enthousiaste
initiatieven om samen ergens de schouders onder te zetten. Dingen die heel
concreet in onze eigen omgeving gebeuren en tot stand worden gebracht.
- Onze jaarlijkse Jobviering volgende week, binnen en buiten de kerk.
- Onze mozaïekavonden, waar we stil kunnen staan bij de achterkant van
wat er zoal in ons leven gebeurt.
- Onze weekendvieringen die je weer energie voor de komende week geven.
- Onze werkgroepen die zich enthousiast inzetten voor van alles en nog
wat.
- Ons kerkgebouw, dat de status van monument heeft verkregen.
- Onze nieuwe pastor, die morgen wordt ingehuldigd.
Door op deze manier je geloof te beleven en te delen met anderen, wordt
de lamp brandend gehouden. En meer dan dat: je kunt ook een hoop plezier
beleven aan je geloof. Als je dat ervaart, dan kan misschien weer gebeuren
wat Lucas in zijn Handelingen schreef: er ontstond grote vreugde in de
stad.
AMEN